N-VA vraagt dat het onderzoek naar de inzet van jobstudenten bij Politiezone Rivierenland wordt uitgebreid. Naast de operationele werking van de politie wil de partij ook de rol van de korpsleiding en de bestuurlijke overheid laten onderzoeken.
Het gerecht onderzoekt momenteel de inzet van jobstudenten bij het vaststellen van verkeersovertredingen en het opstellen van processen-verbaal. Volgens N-VA roept het dossier ook vragen op over de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid. “Het is in de eerste plaats een geval van de kip of het ei. Wat was er eerst? Werd deze werkwijze opgezet om zoveel mogelijk boetes te kunnen uitschrijven? Of lag de druk vanuit de begroting, waarin steeds hogere inkomsten aan boetes werden ingeschreven, aan de basis? Maar de vraag stelt zich ook wat de rol van de burgemeester in deze is. Was hij op de hoogte van deze praktijken? En vooral, heeft hij als tuchtoverheid ten volle zijn verantwoordelijkheid opgenomen?”, vraagt N-VA-fractieleider Freya Perdaens.
De partij kondigt aan zowel op Vlaams als federaal niveau initiatieven te nemen. Zo wil N-VA dat federaal minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin en Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Hilde Crevits nagaan of de korpsleiding en de burgemeester hun wettelijke verantwoordelijkheden correct hebben uitgeoefend. “We moeten de kar niet voor het paard spannen, maar het onderzoek moet wel volledig gevoerd worden. Niet alleen de operationele uitvoering, maar ook de bestuurlijke verantwoordelijkheid moet in kaart worden gebracht. De Mechelaar heeft recht op volledige duidelijkheid. En als toch zou blijken dat alles binnen correct verliep, kan de Mechelaar gerust zijn en vertrouwen hebben. Blijkt dat niet het geval, dan moeten daar de nodige conclusies uit worden getrokken. Maar het vertrouwen is vandaag ver zoek”, besluit Perdaens.
