De Mechelse Land- en Tuinbouwraad heeft drie concrete locaties op het Hombeeks Plateau geselecteerd voor verder onderzoek binnen het project ‘Water voor Landbouw’. Het gaat om percelen aan de Dorpelpoel en de Aabeek in Leest en aan de Grote Bleukensloop in Hombeek. De stad Mechelen wil hiermee een volgende stap zetten om de waterzekerheid voor lokale landbouwers structureel te verbeteren.
Het project ‘Water voor Landbouw’ richt zich op slim waterbeheer, een uitdaging die door klimaatverandering steeds urgenter wordt. Droge zomers en natte winters zorgen voor complexe omstandigheden: landbouwers hebben in droge periodes nood aan irrigatiewater, terwijl buffering in natte periodes wateroverlast moet voorkomen. “Waterbeheer is cruciaal voor de landbouwsector,” zegt schepen van Landbouw Arthur Orlians. “Door water langer vast te houden, slim te bufferen en gecontroleerd te laten infiltreren, willen we landbouwers toegang geven tot water wanneer dat nodig is én wateroverlast tegengaan. We kiezen voor concrete oplossingen op het terrein, samen met de landbouwers.”
Na eerdere overlegmomenten en terreinbezoeken besliste de Land- en Tuinbouwraad om drie strategische locaties verder te onderzoeken.
De Dorpelpoel in Leest, goed voor circa 3.750 m², bestaat uit meerdere poelen die verbonden zijn met de Dorpelpoelloop en de Aabeek. De locatie is sterk overstromingsgevoelig, maar biedt daardoor mogelijkheden voor natuurlijke buffering en wateropslag, met potentieel voordeel voor landbouw in droge periodes.
De tweede locatie, aan de Grote Bleukensloop in Hombeek, omvat circa 8.500 m². Omdat deze site één van de laatste bufferplekken is voor het water in de Zenne stroomt, vormt ze een strategische plaats voor waterretentie. Tijdelijke buffering kan ervoor zorgen dat water langer beschikbaar blijft in het landschap.
De derde locatie ligt langs de Aabeek, achter de Kleine Heide in Leest, op een oppervlakte van ongeveer 14.000 m². Het gebied kan ingezet worden voor buffering en infiltratie en kan op termijn tot 40 hectare omliggende landbouwgrond ondersteunen.
Volgens Kurt Verbruggen, voorzitter van de Land- en Tuinbouwraad, is dit een belangrijke stap. “Onze landbouwers voelen elke zomer en winter hoe kwetsbaar waterbeheer is geworden. Deze locaties liggen strategisch en bieden kansen voor waterbuffering, waterinfiltratie en vertragende maatregelen. Zo zetten we samen met de stad een belangrijke stap richting meer waterzekerheid en een toekomstbestendige landbouw.”
De stad bouwt verder op eerdere initiatieven zoals het bufferbekken aan de Bankstraat, kleinere stuwtjes en experimenten met peilgestuurde drainage en subirrigatie. “De nood aan betrouwbare watervoorziening blijft groot,” zegt schepen Orlians. “Door nu concrete locaties vast te leggen, maken we de stap van ambitie naar uitvoering. De komende maanden onderzoeken experts, landbouwers en partners per locatie welke maatregelen haalbaar zijn. Ook hogere overheden stappen mee in het traject.”
