Tijdens de sneeuwval van 5 januari, de eerste dag na de kerstvakantie, heeft Stad Mechelen naast haar eigen uitvoeringsdiensten ook lokale landbouwers ingeschakeld om wegen en fietspaden veilig te houden. Dankzij hun tractoren en strooi-installaties konden zij snel en efficiënt zout strooien op cruciale plaatsen in de stad en de deelgemeenten.
De uitvoeringsdiensten nemen het grootste deel van het winteronderhoud voor hun rekening en volgen vaste strooiroutes en procedures. Bij extreme weersomstandigheden, zoals langdurige vorst of intense sneeuwval, kan de stad echter rekenen op extra ondersteuning van landbouwers. Die snelle opschaling zorgt ervoor dat Mechelen ook bij winterweer vlot bereikbaar blijft voor inwoners, pendelaars en scholieren.
Schepen van Landbouw Arthur Orlians zegt: “Dit is een mooi voorbeeld van hoe we in Mechelen pragmatisch samenwerken. De sneeuwval op 5 januari toonde hoe belangrijk het is om snel te kunnen schakelen. Onze uitvoeringsdiensten leveren dag in dag uit uitstekend werk, maar bij extreme weersomstandigheden is extra capaciteit welkom. Landbouwers beschikken over het juiste materiaal en kennen het terrein. Door hen tijdelijk in te schakelen, verhogen we de efficiëntie en de veiligheid voor onze inwoners.”
De stad beschikt over zeven zoutstrooiers en acht multihogs met sneeuwruimer en pekelvat. Bij hoge nood kan Mechelen tot 80 medewerkers inzetten, waaronder twee landbouwers. Voor hen is het een manier om bij te dragen aan de stadsgemeenschap. Jordy Van de Vliet, een Mechelse landbouwer die mee instond voor het strooien, getuigt: “Voor ons is het een aardige extra cent in een rustige periode, maar we zijn vooral blij dat we kunnen helpen. Met onze machines kunnen we snel ingezet worden en het geeft voldoening om te weten dat de wegen en fietspaden zo veiliger worden.”
De stad ziet in deze samenwerking ook toekomstmogelijkheden, al blijft landbouw de hoofdactiviteit. Arthur Orlians besluit: “Als stadsbestuur zijn we fier op de boeren die actief zijn op ons grondgebied. Het Hombeeks plateau en onze lokale streekproducten moeten we koesteren. In het Beleidsplan Ruimte voorzien we daarom alle ruimte voor onze actieve landbouwdorpen. Daarnaast is het wel zinvol om te bekijken waar we nog efficiënt kunnen samenwerken. In de toekomst kunnen we lokale boeren bijvoorbeeld ook een rol geven in het landschaps- en bosbeheer.”
