Het historische Dansynsconvent in Mechelen, vandaag beter bekend als het ‘Koraalhuis’, krijgt een broodnodige restauratie om ernstige stabiliteitsproblemen aan te pakken. Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts investeert daarvoor 56.000 euro. Het 17de-eeuwse pand, gelegen op de hoek van de Conventstraat en de Hoviusstraat in het Mechelse begijnhof, biedt vandaag dag- en nachtopvang aan kansarmen en minderbedeelden. Door de investeringssteun blijft deze maatschappelijke functie behouden.
“We zijn ‘Fier op dat van Hier’. Fier op de vele verhalen die we in Vlaanderen kunnen vertellen”, zegt minister Weyts. “Het is geweldig als erfgoed blijft leven en een mooie nieuwe invulling krijgt. Daarom investeren we nu ook in het behoud van dit gebouw.”
Het Dansynsconvent werd gebouwd in 1644 als laatste woning in de toen nieuwe uitbreiding van het Mechelse Begijnhof. De woning is opvallend door haar authentieke gevel, begijnenkamers en een zeldzame muurschildering van vermoedelijk de Heilige Elisabeth van Hongarije. Het pand is eigendom van de Kerkfabriek, die het inrichtte als Koraalhuis.
De restauratiewerken richten zich op ernstige schade aan het metselwerk en de houten draagstructuren. Een deel van het metselwerk wordt afgebroken en heropgebouwd op traditionele wijze. Ook op de zolderverdieping worden extra trekkers geplaatst om de constructieve samenhang te versterken. De totale kostprijs van de werken bedraagt ongeveer 123.000 euro. Vlaanderen neemt 45% van de kosten op zich, de rest wordt gedragen door de kerkfabriek.
“Conventen maken al eeuwenlang deel uit van onze Vlaamse steden”, zegt minister Weyts. “De voorbije decennia kregen ze vaak nieuwe invullingen, maar hun rol als ontmoetingsplek blijft behouden. Het is belangrijk dat erfgoed in beweging blijft, zodat het ook toekomstige generaties kan blijven inspireren.”
Architecte Elfi Hermans van Architecten Beeck Hermans onderstreept het belang van de sociale functie: “Dankzij de inzet van de Kerkfabriek behouden heel wat panden op het begijnhof een sociale en maatschappelijke rol. Zo blijft dit unieke erfgoed leven voor en door de gemeenschap, een mooie verwijzing naar de begijnenbeweging.”
