In de aanloop naar de première van zijn nieuwe theaterproductie Coiffeur van het verzet bracht acteur en theatermaker Sven De Ridder een emotioneel geladen bezoek aan Kazerne Dossin. De voorstelling is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van zijn overgrootvader Frans Lemmens, een Antwerpse kapper die tijdens de Tweede Wereldoorlog drie Joodse kinderen hielp onderduiken.
Vergeten details komen tot leven
Hoewel het heldenverhaal al generaties in de familie De Ridder circuleert, bracht het archiefonderzoek van Kazerne Dossin nieuwe, aangrijpende inzichten. De ouders van de kinderen Walzer-Hass, die onderdoken bij Frans Lemmens en zijn gezin, werden gedeporteerd via de Dossinkazerne naar Auschwitz, waar ze om het leven kwamen.
“Ik wist wel dat mijn overgrootvader drie kinderen had gered, maar wat er met hun ouders gebeurd is, en hoe gevaarlijk de situatie écht was… dat kwam bij dit bezoek pas echt binnen,” aldus Sven De Ridder.
Tijdens zijn bezoek verraste hij het team van het herinneringscentrum met enkele opmerkelijke erfstukken uit de oorlogstijd, waaronder een Joods paspoort van de familie Walzer en een originele Davidster.
Theater met een missie
Met Coiffeur van het verzet brengt De Ridder een eigenzinnige hommage aan zijn overgrootvaders: Frans Lemmens, de kapper die onderduikers verborg in zijn zaak op het Kiel, én Jos De Ridder, die als verzetsstrijder werd opgesloten in Breendonk en later gedeporteerd naar Duitse kampen. De voorstelling wordt omschreven als een respectvolle komedie waarin humor en tragedie hand in hand gaan.
“Het is een verhaal met een lach en een traan. De humor zit in de situaties in het kapsalon, nooit in het leed. Mijn overgrootvader riskeerde zijn leven, en ik wil zijn verhaal vertellen op een manier die mensen raakt én aan het denken zet,” vertelt De Ridder.
Kazerne Dossin: “Menselijkheid toont zich ook in gelach”
Voor Kazerne Dossin vormt het project een voorbeeld van hoe kunst een brug kan slaan naar geschiedenis. Tomas Baum, directeur van het museum, prijst het initiatief: “Het is bewonderenswaardig wanneer humor en herinnering samenkomen en dit met respect gebeurt. Donkere geschiedenis wordt hier op toegankelijke wijze gedeeld met een breed publiek. Menselijkheid toont zich niet alleen door tranen, maar ook in gelach.”
Elke naam telt
Als afsluiting van zijn bezoek sprak De Ridder een naam in voor Elke naam telt, het project waarbij bezoekers symbolisch de namen van gedeporteerden inspreken.
“De beelden, de namen en de verhalen… dat raakt echt. Cijfers worden mensen. Je kan daar niet onbewogen bij blijven,” zegt hij. Vandaag wachten nog 8.900 namen op een stem.

Een geschiedenis van moed en gevaar
Frans Lemmens en zijn gezin boden tussen 1942 en 1945 onderdak aan Marcella, Léon en Jacques-Oscar Walzer. De omstandigheden waren levensgevaarlijk: Duitse soldaten kwamen geregeld over de vloer in de kapperszaak, en de buurman werkte samen met de bezetter. De kinderen leefden jarenlang verborgen achter een dubbele wand of in de kelder.
Na de oorlog werden de kinderen alsnog uit het gezin gehaald en in 1949 overgebracht naar Israël. Jacques-Oscar sneuvelde later in de Zesdaagse Oorlog van 1967. In datzelfde jaar werd Frans Lemmens postuum erkend als “Rechtvaardige onder de Volkeren” door Yad Vashem in Jeruzalem — een titel voor niet-Joden die tijdens de Holocaust levens redden, met gevaar voor eigen leven.
