De VVSG en de Koning Boudewijnstichting organiseren sinds vorig jaar een jaarlijkse prijs voor de beste scriptie in het sociaal werk. Dit jaar werden twee laureaten beloond voor hun werk: Femke Currinckx, voor haar masterproef ‘De weg naar de-bureaucratisering’, en Luna Bossaerts, voor haar bachelorproef ‘Wanneer het geheel groter is dan de som der delen’. Beide scripties zijn gebaseerd op de werking van het Sociaal Huis Mechelen en dienen als basis voor baanbrekend onderzoek.
“In het verleden was maatschappelijke dienstverlening vaak een doolhof, waarin mensen verdwaalden tussen loketten en regels,” zegt Rina Rabau Nkandu, schepen van sociale zaken en voorzitter van het bijzonder comité van de Sociale Dienst. “In het Sociaal Huis van Mechelen hebben we dit bewust anders aangepakt. Onze aanpak draait om eenvoud en maatwerk: elke Mechelaar krijgt een vaste contactpersoon die hen begeleidt doorheen de complexe en diverse dienstverlening. Dit vaste aanspreekpunt zorgt voor een laagdrempelige toegang en schakelt gespecialiseerde hulp in waar nodig. Het is fantastisch om te zien dat onze werking inspireert tot baanbrekend onderzoek, dat zelfs prijzen wint. Het bevestigt niet alleen de impact die we maken, maar geeft ons ook het vertrouwen dat we op de goede weg zijn.”
De weg naar de-bureaucratisering
Femke Currinckx onderzoekt in haar masterproef als eerste in Vlaanderen de impact van bureaucratie op de maatschappelijke dienstverlening, de zogeheten ‘red tape’. Haar onderzoek belicht hoe administratieve procedures de werkelijke persoonlijke begeleiding van maatschappelijk werkers in de weg kunnen staan. Tegelijk stelt ze vast dat het Sociaal Huis steeds meer als ‘toegangspoort’ tot sociale zekerheid fungeert. De coronacrisis en de Oekraïnecrisis hebben deze trend versneld, wat de noodzaak van de-bureaucratisering versterkt, niet alleen voor maatschappelijk werkers, maar vooral voor de individuele hulpverlening.
Het Sociaal Huis maakt al enkele jaren werk van een de-bureaucratisering in de dienstverlening waar mogelijk. Femke bouwde hiertoe een sterk theoretisch kader op, dat ze vervolgens door een diepte-analyse toepaste op de werking van de afdeling Sociale Zaken: “Het OCMW van Mechelen toont dat het mogelijk is om bureaucratie te verminderen door een generalistische werkwijze en het verlichten van administratieve druk. Dit innovatieve model is een inspirerend voorbeeld voor andere organisaties en laat zien hoe hulpverleners zich weer kunnen focussen op wat écht telt: het contact met de cliënt.”
Wanneer het geheel groter is dan de som der delen
“In het verleden was ook de manier waarop het Sociaal Huis in Mechelen omging met jongeren die de overstap maken van jeugdzorg naar volwassenheid minder afgestemd op hun noden,” vervolgt Rabau Nkandu. “Maar dat veranderde toen Cachet vzw in 2015 met ‘Sur Ma Route’ kwam. Het rapport toonde duidelijk aan dat sociale dienstverlening flexibel moet zijn en dat we onze aanpak moeten durven aanpassen om mensen écht te helpen. Die boodschap hebben we ter harte genomen en in onze werking geïntegreerd, met een focus op maatwerk, begeleiding en échte ondersteuning.”
Luna Bossaerts onderzocht in haar bachelorproef de begeleiding van jongvolwassenen die uit jeugdhulpverlening komen en de overgang naar zelfstandig wonen maken. Ze bekeek de evolutie van de dienstverlening, waarbij ze jongeren zelf, medewerkers van de dienst Contextbegeleiding Autonoom Wonen De Aanzet, en collega’s van de afdeling Sociale Zaken bevroeg. Luna’s scriptie biedt een sterke participatieve analyse en bekijkt hoe de aanbevelingen van Cachet vzw over wonen, budgetbeheer en tewerkstelling in de praktijk zijn geïmplementeerd. Na haar stage werd Luna verwelkomd als werkkracht in het Sociaal Huis. “De nieuwe werkwijze betekent een verhoging van hun levenskwaliteit en maakt het verschil tussen overleven en leven op financieel, materieel en emotioneel vlak”, vertelt Luna Bossaerts. “Het zorgt er daarnaast voor dat jongeren hun grondrechten kunnen uitputten en dat ze een meer menswaardig bestaan kunnen uitbouwen. Het biedt hen ook extra kansen om zelf richting te geven aan hun leven. Door maximaal in hen te investeren kunnen moeilijkheden in te toekomst vermeden worden, met als doel om generaties van kansarmoede te doorbreken.”
