De gemeente Zemst wil het ongewenste effect van de onroerende voorheffing voor erkende Zemstse verenigingen aanpakken. Sport-, cultuur- en parochiale verenigingen betalen vandaag onroerende voorheffing op de gronden en gebouwen die ze gebruiken voor hun werking, zoals clubhuizen of kantines. Een deel van die belasting vloeit via gemeentelijke opcentiemen terug naar de gemeentekas, wat de indruk wekt dat de gemeente een deel van de werkingssubsidies opnieuw terugvordert.
Tijdens de gemeenteraad van donderdag 22 januari 2026 werd dit probleem besproken. Gemeenteraadsvoorzitter Alex Heyvaert erkent dat die perceptie leeft:
“Een deel van de onroerende voorheffing die verenigingen betalen, komt inderdaad opnieuw bij de gemeente terecht via de opcentiemen. Dat zorgt voor een verkeerd beeld, en dat willen we serieus nemen.”
Het gemeentebestuur wil dat effect principieel wegwerken. Schepen van Cultuur en Sport Koen Vandermeiren benadrukt dat het om een eerste belangrijke stap gaat:
“We stelden aan de gemeenteraad voor om principieel te beslissen dat we dit effect willen wegwerken. Het college onderzoekt nu welke piste het meest haalbaar en eerlijk is voor onze verenigingen.”
Het college bekijkt momenteel twee mogelijke oplossingen: een volledige vrijstelling van onroerende voorheffing voor erkende Zemstse verenigingen, of een terugbetaling van het gemeentelijk aandeel via een subsidie. Beide pistes worden verder onderzocht, waarna een concreet voorstel aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd.
