De verhoging van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing in Zemst blijft behouden. In december 2025 besliste de gemeenteraad om het tarief op te trekken van 693 naar 850 opcentiemen. Tijdens de gemeenteraad van 22 januari vroeg de oppositie om die beslissing terug te draaien, maar na een uitvoerig debat bevestigde de meerderheid dat de verhoging noodzakelijk blijft.
De oppositie verwees naar een federaal wetsontwerp dat de impact van de geplande verlaging van de personenbelasting op de gemeentefinanciën zou neutraliseren. Volgens de meerderheid is dat echter geen solide basis om de verhoging terug te schroeven. De lagere inkomsten uit de aanvullende personenbelasting waren immers niet de enige reden voor de aanpassing. Ook stijgende verplichte bijdragen aan politie en brandweer, hogere pensioenkosten, wegvallende Vlaamse subsidies en toenemende personeelskosten spelen een rol.
Burgemeester Bart Coopman benadrukt dat een terugdraaiing een negatieve impact van 10 miljoen euro zou hebben op het meerjarenplan en het structureel evenwicht zou verstoren. Hij wijst erop dat het federale wetsontwerp nog niet is goedgekeurd en dat de financiële impact onzeker blijft. De prognoses van de FOD Financiën tonen bovendien aan dat de inkomsten uit de aanvullende personenbelasting voor 2026‑2031 zo’n 6 miljoen euro lager liggen dan eerder ingeschat.
Schepen van Financiën Erik Moens waarschuwt dat een terugdraaiing van de verhoging, zelfs mét een gedeeltelijke federale compensatie, zou betekenen dat de gemeente opnieuw minstens 4 miljoen euro moet besparen. Na eerdere ingrepen — zoals de sluiting van de strijkwinkel, het schrappen van de winterduik, het uitstellen van wegenwerken en het beperken van werkingsuitgaven — ziet hij geen ruimte meer voor bijkomende besparingen zonder de kwaliteit van dienstverlening en bestuur ernstig te schaden.
