In Mechelen laait de discussie op over de toestand van de stadspanden De Zeeridder en het Huis van de Mechelaar, waarvoor zo’n zeven à acht jaar geleden nog 5 miljoen euro werd geïnvesteerd in bouwkundige aanpassingen, meubilair en ICT in het kader van Het Nieuwe Werken. De gebouwen staan inmiddels al jaren grotendeels leeg, wat de vraag doet rijzen naar hun huidige staat.
Volgens burgemeester Bart Somers zijn de panden vandaag “afgeleefd” en “op”, en is een nieuw gebouw voor de stadsadministratie noodzakelijk. Oppositieraadslid Hendrickx betwist die conclusie en vraagt om een onafhankelijke plaatsbeschrijving. “Ik eis een rapport van een onafhankelijk bureau. Het is niet de eerste keer dat de burgemeester zichzelf een architect of bouwkundig ingenieur waant”, zegt hij. Hij verwijst daarbij naar eerdere discussies rond de Nekkerhal.
Uit stadsdocumenten blijkt dat de investeringen destijds onderdeel waren van Het Nieuwe Werken-project, dat officieel startte in 2016. Er werd geïnvesteerd in open kantoorruimtes, nieuw meubilair, ICT-materiaal en een verandertraject. Sinds de coronaperiode en de energiecrisis worden niet alle ruimtes nog gebruikt, maar volgens de stadsdiensten zijn delen van de investeringen wel gerecupereerd. De aanpassingen aan de gebouwen zouden bovendien “een positief effect hebben op de potentiële verkoopprijs”.
