Tijdens de gemeenteraadszitting van eind juni heeft het lokaal bestuur van Kapelle-op-den-Bos groen licht gegeven voor de oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps. Dit korps zal bestaan uit geëngageerde burgers die ingeschakeld kunnen worden bij noodsituaties om lokale hulpverlening te ondersteunen.
De gemeente maakt voor dit initiatief gebruik van de middelen uit het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma, uitgewerkt door Vlaams Viceminister-president en minister van Binnenland en Samenleven, Hilde Crevits. Het doel is om snel en efficiënt te kunnen reageren bij crisismomenten, waarbij de hulp van burgers een waardevolle aanvulling vormt op de professionele hulpdiensten.
Praktische hulp bij crisissituaties
Het gemeentelijk vrijwilligerskorps zal worden ingezet voor uiteenlopende taken zoals voedselbedeling, logistieke ondersteuning bij overstromingen, of het controleren van kwetsbare bewoners bij een langdurige stroompanne. Ook kleinere, lokale incidenten vallen binnen de opdracht van het korps. Denk bijvoorbeeld aan een uitval van liften in een woonzorgcentrum, waarbij extra handen nodig zijn om maaltijden te verdelen.
Alle vrijwilligers zullen een basisopleiding EHBO krijgen. Bij elke inzet staan ze onder coördinatie van het lokaal bestuur en worden ze verzekerd via het systeem dat uitgewerkt is door Rode Kruis Vlaanderen.
Vanaf het najaar kunnen burgers zich registreren via een digitale crisistool van het Rode Kruis. Het lokaal bestuur hoopt hiermee een betrouwbare en efficiënte vrijwilligerspoule op te bouwen die meteen geactiveerd kan worden bij noodgevallen.
“Een uniform en efficiënt systeem”
Burgemeester Mathias Diricx benadrukt het belang van het initiatief: “Of het nu gaat om zwaar onweer, hittegolven of een langdurige stroompanne: in elke noodsituatie zijn er burgers die willen en kunnen helpen. De coördinatie van die bereidheid is vandaag echter een uitdaging. Met dit project kunnen we zorgen voor een uniform en efficiënt systeem, inclusief opleidingen voor de vrijwilligers. Zo versterken we de paraatheid en weerbaarheid van onze gemeente.”
