Op de site van afvalverwerker Indaver in Willebroek is recent brand uitgebroken in een open opslagloods waar geperste balen pmd-afval lagen opgeslagen. De brand kon tijdig onder controle worden gebracht, maar heeft geleid tot bezorgdheid over brandveiligheid op de site. Indaver heeft inmiddels een intern onderzoek afgerond en bekijkt welke bijkomende maatregelen nodig zijn om risico’s in de toekomst nog verder te beperken.
Op de site verwerkt Indaver het pmd-afval van zo’n drie miljoen Vlamingen. Pmd – plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons – wordt ingezameld via de blauwe zak en bestaat uit uiteenlopende materialen zoals plastieken flessen, yoghurtpotjes, blikjes en folies. In een geavanceerde sorteerhal worden deze verpakkingen gescheiden in maar liefst 16 verschillende fracties, met behulp van onder meer trommelzeven, windzifters, magneten, infraroodscheiders en een manuele eindsortering.
Strenge kwaliteit voor recyclage
Dankzij die doorgedreven sorteertechnologie en het gebruik van artificiële intelligentie levert Indaver eindmaterialen die voldoen aan de hoge kwaliteitseisen van de recyclage-industrie. Toch vormen verkeerd gesorteerde items een risico voor zowel het proces als de veiligheid. “Objecten zoals speelgoed of luchtverfrissers met batterijen, vapes, verfresten of losse batterijen horen niet in de blauwe zak en kunnen schade veroorzaken of, zoals nu blijkt, mogelijk leiden tot brandgevaar,” stelt het bedrijf.
Brand in opslagloods met geperste balen
De brand ontstond in een open loods waar de geperste pmd-balen tijdelijk worden opgeslagen tot ze naar recyclagebedrijven worden vervoerd. Elke baal heeft een omvang van ongeveer één kubieke meter. Hoewel Indaver snel ingreep en de brand onder controle kreeg, blijft de exacte oorzaak van de brand onduidelijk. “We hebben de plaats van ontstaan duidelijk kunnen identificeren, maar het is niet meer mogelijk om met zekerheid vast te stellen wat precies de brand heeft veroorzaakt,” aldus een woordvoerder van Indaver.
Verhoogde waakzaamheid en extra maatregelen
De afvalverwerker benadrukt dat veiligheid steeds vooropstaat. “We nemen deze gebeurtenis zeer ernstig. De veiligheid van onze medewerkers, installaties en de omgeving heeft absolute prioriteit,” zegt het bedrijf. Indaver bekijkt momenteel welke bijkomende maatregelen nodig zijn om de brandveiligheid van de site nog verder te verbeteren. Mogelijke pistes zijn strengere toegangscontroles voor niet-conforme materialen, extra monitoring en aanpassingen aan de opslagprocedures.
De incidenten zoals deze onderstrepen het belang van correcte afvalsortering bij de bron. Indaver doet dan ook een oproep aan burgers om goed op te letten wat er wel en niet in de blauwe zak mag. “Een kleine fout thuis kan grote gevolgen hebben in het verwerkingsproces,” klinkt het.
Welke rol speelden hulpdiensten?
Na de brand bij afvalverwerker Indaver in Willebroek afgelopen donderdagavond, zijn geen verhoogde concentraties van gevaarlijke stoffen gemeten in de omgeving. Dat blijkt uit de resultaten van uitgebreide metingen die uitgevoerd zijn door de brandweer in samenwerking met de multidisciplinaire commandopost. Toch bleef het advies van kracht om ramen en deuren gesloten te houden bij rook- of geurhinder.
Snel advies bij eerste communicatie
Bij de eerste communicatie over het incident werd meteen uit voorzorg geadviseerd om ramen en deuren te sluiten en ventilatiesystemen uit te schakelen, ondanks dat er op dat moment nog geen meetresultaten beschikbaar waren. “Dat advies was bedoeld om mogelijke blootstelling aan rook te vermijden,” aldus de woordvoerder van de hulpdiensten. “We nemen geen risico’s als het over volksgezondheid gaat.”
Metingen op verschillende locaties
Twee meetploegen werden ingezet in het kader van de coördinatie van het incident. Tussen 19u45 en 22u15 werden op meerdere locaties luchtmetingen uitgevoerd, zowel in nabijgelegen woonkernen zoals Boom, Klein-Willebroek, Terhagen en Rumst, als in verderaf gelegen gebieden zoals Waarloos, Duffel, Lier en Kessel. De meetplaatsen werden gekozen op basis van het verloop van de rookpluim.
Er werd specifiek gemeten op de aanwezigheid van koolstofmonoxide (CO), een zogenaamde ‘tracer’ die aangeeft of andere schadelijke rookcomponenten aanwezig kunnen zijn. “Als we CO detecteren, dan zijn bijkomende metingen vereist,” licht de brandweer toe. “Maar in dit geval hebben we op geen enkel meetpunt een verhoging vastgesteld – alle metingen gaven 0 ppm CO aan.”
Geen gezondheidsrisico, maar waakzaamheid blijft
Ondanks de vastgestelde brandgeur op sommige locaties, was de rookpluim volgens de metingen voldoende verdund tegen de tijd dat die woongebieden bereikte. De multidisciplinaire commandopost besloot daarom dat er geen risico was voor de volksgezondheid en dat bijkomende metingen niet nodig waren.
Tegelijk werd er een continue informatiestroom opgezet tussen de noodcentrale 112 en de brandweer op het terrein, onder meer om eventuele ongebruikelijke gezondheidsklachten van burgers tijdig op te merken. Ook daar kwamen geen zorgwekkende signalen binnen.
Blijvende communicatie en voorzorgsadvies
Hoewel er dus geen gevaarlijke concentraties zijn vastgesteld, bleef het voorzorgsadvies om ramen en deuren gesloten te houden van kracht zolang er geur- of rookhinder werd vastgesteld, ook vrijdagochtend tijdens de nabluswerkzaamheden.
“We beseffen dat rookhinder als oncomfortabel wordt ervaren, zelfs als er geen acute gezondheidsrisico’s zijn,” zegt een woordvoerder van de hulpdiensten. “Daarom blijven we het principe hanteren: beter te vroeg waarschuwen dan te laat reageren.”
