2025 wordt een belangrijk jaar voor de Mechelse cultuurinfrastructuur. En dat heeft niet alleen te maken met de geplande werken aan het Cultuurcentrum en mARTa. Het nieuwe stadsbestuur wil namelijk tegen de zomer werk maken van een cultuurinfrastructuurvisie 2030. Belangrijkste bouwsteen wordt een uniek cultuurhart aan de voet van de Sint-Romboutstoren. Daarvoor komt er een breed masterplan van nona tot TSM. Er wordt ook onderzocht of theater arsenaal kan neerstrijken op deze plek.
De Mechelse cultuurinfrastructuur staat heel wat te wachten het komende jaar. Zo is er de ingrijpende renovatie van mARTa, dat cultuur met de inwoners van de Heihoek verbindt. In de zomer start de vernieuwing van het Cultuurcentrum met een eerste deelproject. Daar zal het huidige auditorium omgevormd worden tot onthaal- en exporuimte, wordt er een nieuwe polyvalente zaal gerealiseerd op de 1ste verdieping en komen er nog een verdieping hoger twee danszalen voor de leerlingen van het Conservatorium.
Maar daar blijft het niet bij. De oorspronkelijke plannen voor de cultuursite worden nu verruimd tot een bredere oefening. De geplande cultuursite moet echt evolueren naar hét cultuurhart in de binnenstad. “De cultuursite brengt met onder andere de Academie, het Conservatorium en het Cultuurcentrum nu al ongelooflijk veel cultuur samen op één plaats. Maar we willen een stap verder gaan: een masterplan voor het brede gebied onder de Sint-Romboutstoren. Dit wel zeggen van de Begijnenstraat tot de Minderbroedersgang,” aldus burgemeester Bart Somers
“Als stadsbestuur bekijken we ook of zaal Theatrium een plek kan krijgen in dit masterplan. We maken werk van meer capaciteit voor het deeltijds kunstonderwijs en het conservatorium. Dit moet dé plek worden waar we cultuur in de breedst mogelijke zin op één site samenbrengen. De ambitie zijn open, sterke cultuurplekken, waar niet alleen alle bezoekers, maar ook elke artiest zijn plek kan vinden”, vertelt schepen van Cultuur Kristof Calvo.
Nona en arsenaal
Het stadsbestuur opteert bewust voor een totaalvisie, ook op lange termijn. In die totaalvisie moeten ook de noden van twee belangrijke professionele kunstenorganisatie worden beantwoord: kunstencentrum nona en theater arsenaal.
Sinds 2019 beschikt kunstencentrum nona over een tweede, gloednieuwe zaal in de Begijnenstraat, op de site van de voormalige Mechelse Drukkerijen.
Deze uitbreiding was noodzakelijk om tegemoet te komen aan de verschillende opdrachten van kunstencentrum nona, zowel ten aanzien van kunstenaars als voor het publiek. De gestage groei van nona creëerde immers een ongeziene druk op de ‘oude’ zaal, waar al meer dan dertig jaar nauwelijks iets aan veranderd is en dat laat zich voelen.
De komende jaren wil kunstencentrum nona daarom ook dat gedeelte vernieuwd zien. “Zowel de publieke ruimtes als de backoffice zijn echt aan vernieuwing toe. Het voornemen om met dit masterplan kunst en cultuur in het hart van de stad te plaatsen, kunnen wij enkel toejuichten en is voor kunstencentrum nona een belangrijk signaal van vertrouwen”, aldus Bart Vanvoorden, artistiek leider.
Ook theater arsenaal kampt met verouderde infrastructuur en is daardoor beperkt in capaciteit. Voor de toekomst van het gezelschap is een update dus cruciaal. Theater arsenaal onderzoekt samen met het stadsbestuur nieuwe huisvestingsmogelijkheden in het cultuurhart. Dat zou betekenen dat theater arsenaal zich op termijn in het cultuurhart vestigt.
Theater arsenaal is immers op zoek naar een huisvesting met meer ruimte die voldoet aan de hedendaagse normen. “We gaan dit samen grondig onderzoeken. Een mogelijke verhuis naar het cultuurhart zou de werking van ons theater op termijn kunnen optimaliseren, laten groeien en een duurzame oplossing bieden,“ aldus artistiek leider Ruud Gielens.
Nog veel participatie en overleg
De ambities van het stadsbestuur inzake cultuurinfrastructuur zijn dus groot. Tussen nu en de zomer zal er nog veel participatie en overleg plaatsvinden, ook met het brede culturele veld. “Zo willen we tot een gedragen totaalvisie komen. Cultuur kan een stad verbinden en net daarom pakken we het op die manier aan”, besluit Cultuurschepen Kristof Calvo.
